Korte Broek 16: Push The Sky Away

kbkop0016Vele weken later dan gepland maar eindelijk hier; de langverwachte tweede aflevering van epos-in-wording 30, Push The Sky Away.

Ik hoor graag wat jullie ervan vinden.

Zoemend rijdt de bus net voor Jacob’s neus weg. Als hij de 100 meter naar de halte iets harder gelopen had, had ie ‘m gehaald. Toen hij de automatische schuifdeur uitliep zag hij de bus stoppen. Maar Jacob was niet in de stemming om zich te haasten. Hij kijkt de bus na, maar meer omdat ie nog steeds niet gewend is aan het gekke geluid dat elektrische bussen maken. Hij kijkt achter zich, naar het immense ziekenhuis. Hij heeft zin in koffie, maar het is 100 meter terug, de hal door, twee verdiepingen met de lift naar boven en dan nog zeker 25 meter naar het hoekje met de gratis waterige koffie die eigenlijk bedoeld is voor de ouders van de ernstig zieke kindertjes die een deur verder liggen te creperen. Te veel moeite.

 

Hij laat zich op het bankje in het bushokje zakken, naast een wat oudere vrouw. Zijn hand glijdt in zijn broekzak en na een kleine worsteling tovert hij een half leeg, verfrommeld pakje Camel tevoorschijn. Hij kijkt er beteuterd naar. Vertwijfeld opent hij het pakje. Tot zijn grote opluchting zijn alle sigaretten, hoewel wat gebogen, nog heel. Hij biedt er de oudere vrouw naast hem eentje aan, ze weigert zwijgend. Jacob zelf steekt er wel eentje op en kijkt weer naar het verfrommelde pakje. “Mijn moeder zei altijd dat het merk sigaretten dat iemand rookte meer over diens persoonlijkheid zegt dan wat dan ook.” Hij kijkt de vrouw naast hem aan, zij kijkt wat verontrust om zich heen.

 

“Marlboro-rokers zijn oppervlakkig, simplistisch en zoeken bevestiging bij elkaar én de mainstream media. Samsonshaggies rokers zijn achterbaks, opportunistisch en hypocriet.” Jacob kijkt vragend naar zijn buurvrouw. “Rookt u?” De vrouw schudt nee. “Ik wel, Camel, zoals u ziet. Volgens mijn moeder maakt mij dat hongerig naar avontuur maar doe ik daar niets mee omdat ik niet tegen onzekerheid kan.” Hij is eventjes stil en kijkt naar de afgetrapte schoenen aan zijn voeten. “Ik denk dat ze een punt had.” De vrouw kijkt hem aan, maar hij merkt het niet. Hij drukt de peuk uit tegen de onderkant van zijn schoen en steekt het in zijn jaszak. Uit zijn andere jaszak pakt hij zijn telefoon en kijkt even naar het scherm. 13:37 staat er. Hij grinnikt in zichzelf en bedenkt zich dan dat die cijfers ook betekenen dat het alweer half twee in de middag is. “Het is al laat” mompelt hij. De vrouw haalt haar schouders op. “Och, valt wel mee toch?”
“Ik had het idee dat het net acht uur zou zijn of zo.”
“Dan is het wel laat ja”

Beiden kijken op als dat vreemde gezoem weer klinkt en er een elektrische bus voor hun neus stopt.

“Die moet ik hebben” zegt de vrouw, en ze staat met wat moeite op.
“Fijne dag nog” mompelt ze, terwijl ze richting de bus slentert.
“Doei” zegt Jacob zachtjes als de vrouw al lang ingecheckt is en de deuren alweer dicht sissen waarna de bus voorzichtig weg zoemt. Jacob kijkt weer naar zijn schoenen.

 

“Was dat de vier?”
“Huh?” verbaast kijkt Jacob op. Voor hem staan twee meisjes, hij schat ze een jaar of 13. “Sorry?” Eén van de meisjes zucht, de ander vraagt het beleeft nog eens; “was dat lijn vier?” Jacob kijkt de bus achterna die de straat inmiddels al bijna uit is gereden. “Euh… ja.” Antwoord hij. “Kankerzooi, tyfuskankerbus”, moppert het beleefde meisje, “ik zwaaide toch naar ‘m? Hij zag me toch?”
“Wie?” vraagt Jacob, maar zijn vraag wordt genegeerd want het zuchtende meisje geeft antwoord. “Ja, ik zag ‘m kijken hoor, met z’n kankerkop. Al die buschauffeurs zijn kankerhomo’s, vinden ze gewoon leuk.”

 

Jacob denkt terug aan vannacht, toen ineens zijn telefoon ging. Hij moest direct naar het ziekenhuis komen. In alle haast vergat hij zijn Gameboy, daar baalt hij nog steeds van.

 

Jacob steekt nog maar een sigaret op en zucht terwijl de twee meisjes verder kakelen over hun onvrede betreffende het openbaar vervoer. Hij probeert ze te negeren maar het lukt hem niet. Ter afleiding pakt hij zijn telefoon weer; 13:38.

Hij kijkt maar eens achter zich op het vertrektijdenbord. Zeker 20 minuten nog, voordat zijn bus komt. Ieder half uur, één over heel, één over half. Hij vraagt zich af of er iemand met een stopwatch de bus routes af rijdt om die tijden tot op de minuut te kunnen bepalen. Hij kijkt naar de meisjes, die nog steeds verwikkeld zijn in een discussie maar die lijkt inmiddels te gaan over de gevolgen van drank. “Kankerbezopen was ie” zegt het beleefde meisje. “Jezus, wat een homo” vindt het andere meisje. Er klinkt een afkeurende zucht naast hem.

 

Hij heeft helemaal niet gemerkt dat er een oude man naast hem is komen zitten. Hij kijkt weer op zijn telefoon. 13:41. “Hoe laat is het?” vraagt de oude man. “Tien over half” antwoord Jacob. “Pfff… ik hou niet van wachten, ik heb genoeg gewacht in mijn leven” moppert de oude baas. “Ik ook.” Vindt Jacob. De oude man kijkt hem vragend aan. “Je ziet er moe uit, knul. Gaat het wel?”
“Ja hoor, met u?”
“Prima, de uitslag was precies wat ik er van verwachtte.”
“Mooi zo.”

Weer dat zoemende geluid. Een andere bus stopt en opent de deuren. Het beleefde meisje stapt in. “We weppen!” roept ze naar haar vriendinnetje die net een Marlboro opsteekt, “lofjoe!” gilt die terug.

“Wat is weppen?” vraagt de oude man aan Jacob.
“Sorry?”
“Weppen, wat is dat?”
“Euh… What’s App geloof ik, een soort SMS.”
“Dat is met die tekstberichtjes toch?”
“Precies, maar dan via internet.”

De oude man haalt zijn schouders op, “ik snap niks van internet en al die moderne dingen. Behalve teletekst, ik kijk iedere zondagmiddag naar teletekst, naar de voetbal.”
Jacob knikt.

 

“Vroeger keek ik er niet naar, liet ik me verrassen bij Studio Sport. Maar toen ineens was er geen voetbal meer bij Studio Sport.” Praat de oude man verder. “Toen moest ik wel op teletekst kijken, anders wist ik de uitslagen niet.” De man houdt eventjes in maar besluit toch verder te gaan met zijn monoloog.
“Het is weer terug nu, bij Studio Sport, maar ondertussen ben ik gewend aan Teletekst. Ik lees er nu ook het nieuws, ik heb er zelfs de krant voor opgezegd, dat scheelt toch weer in de portemonnee.”
Jacob knikt instemmend.

 

“En voor het lokale nieuws kijk ik op de kabelkrant of de teletekst van kanaal 10, euh, hoe heet die omroep nou ook alweer? Vroeger heette het gewoon hetzelfde als deze mooie stad, maar dat hebben ze een tijdje geleden veranderd… Nou ja, doet er ook niet toe.”
Jacob knikt weer instemmend.

 

“Ik las vanmorgen dat het theaterfestival dit jaar niet doorgaat, vanwege de bezuinigingen.” Het nieuws verbaast Jacob niets, hij was er vorig jaar eens wezen kijken, maar ergerde zich mateloos aan de gebrekkige organisatie en communicatie naar de bezoekers. “Terecht” stelt hij. De man denkt even na.

“Oh ja, er was een vrouw van de kerktoren gesprongen, en ze heeft het nog overleefd ook.” De man is even stil en kijkt dan achter zich, naar het immense ziekenhuis. “Ze zal hier wel liggen, ik ben benieuwd of ze nog leeft, straks thuis meteen op Teletekst kijken.”

“Ze is ongeveer een uurtje geleden overleden” antwoord Jacob.
“Oh” zegt de oude man voorzichtig.
“Ze leek het even te gaan redden, praatte zelfs wat, maar zakte toen ineens weer in elkaar, toen was het vrijwel meteen gebeurd.”

 

“Bent u een dokter?” vraagt de oude man verbaast, terwijl hij Jacob van top tot teen bestudeerd. “Nee, ze was mijn moeder”.
“Ah, euh… gecondoleerd?” stamelt de oude man voorzichtig.
“Weet u, ik voel me niet eens zo heel schuldig.”
“Sorry?”
“Weet u wat ze zei, vlak voor ze ging?”
“Nee?”
“Dat ik eigenlijk een andere vader heb.”

 

Jacob haalt zijn pakje sigaretten weer tevoorschijn en kijkt eens om zich heen. Het meisje staat nog steeds op haar telefoon te tikken maar lijkt inmiddels een stuk chagrijniger dan eventjes daarvoor. Hij biedt de oude man een sigaret aan. Die kijkt wat om zich heen, om zeker te zijn dat niemand hem ziet, en neemt dan dankbaar een peuk aan.

 

“Weet je vader dat hij jouw vader niet is?” vraagt de oude man, terwijl ie zichtbaar geniet van zijn sigaret. “Geen idee, ik heb die man al jaren niet meer gesproken, ik mag hem niet.”
“Dus het is een opluchting dat ie jouw vader niet is?”
“Nee, vroeger…” Jacob schudt zuchtend zijn hoofd, “gisteren wist ik tenminste nog dat mijn vader een klootzak was en dat ik die vaderfiguur niet miste in mijn leven.” De oude man knikt.

Er stopt stotterend een auto voor de bushalte. Beiden kijken op, het is een lesauto. Er stapt een jongen uit die achterin gaat zitten. Het marlboromeisje neemt vol ongenoegen plaats achter het stuur en bijt de instructeur wat toe. Jacob kan niet horen wat. De auto trekt nogal snel op en rijdt de straat uit. “Hoe oud…?” vraagt de oude man.  Jacob haalt zijn schouders op, hij heeft geen idee meer. “Ze leek me 13, maar…”

Het zoemende geluid van de moderne bus is terug. De oude man staat op, “die moet ik hebben.” “Ik ook.” Terwijl de oude man instapt en zoekt naar diens OV-Chipkaart kijkt Jacob de straat in, waar zojuist de lesauto met het 13 jarig lijkende meisje in een lesauto verdween. “Krijg toch de tyfus” moppert hij in zichzelf. Hij kijkt naar boven, naar de lucht.

“Hé vriendelijke vriend, stap je nog in of wat!?” roept de buschauffeuse.

Hij kijkt de kauwgom kauwende vrouw aan, en schudt zijn hoofd. De deuren sissen dicht terwijl Jacob zich omdraait en de straat inloopt.

 

Leave a Reply