KB22: Een Oceaan om in te vluchten

kbkop0022

Hoi.

Dat is een eeuwigheid geleden, niet waar? Nou, de drukte is weer een beetje achter de rug en dus weer hoogtijd om eens iets nieuws te tikken. Bij deze dus. Op die goeie ouwe dinsdag, zo uit mijn toetsenbord, via de Ziggo, bij jou op het scherm. Alsof het niets is. Ik ben benieuwd hoeveel geboden er zouden zijn als ze destijds al deze techniek hadden gehad.

Tot snel weer.

PS.
Ik zoek nog een Giratina. Iemand?

Gekscherend hadden de drie mannen en één vrouw op het reddingsvlot hun tocht al ‘oneindig’ en ‘eeuwig’ genoemd. Geen van hen had namelijk het idee dat er enige progressie werd geboekt inzake hun redding. De jongste van het stel had een paar dagen geleden zelfs durven suggereren dat er niet eens meer naar ze gezocht werd na zo’n lange tijd en de wereld er voor het gemak maar van uit ging dat ze allen verdronken waren. Het is natuurlijk niet ongebruikelijk dat ieder bemanningslid een lugubere dood sterft als zo’n enorme olietanker plotsklaps, en midden op de grootste oceaan die planeet Aarde rijk is, in de hens vliegt, kort daarop ontploft en in miljoenen stukjes naar de kilometers diepe oceaanbodem zinkt. Pieter had zichzelf op miraculeuze wijze in veiligheid weten te brengen, hoe precies wist hij zelf ook niet meer, maar het was ‘m gelukt. Hij had zo’n gek vlotje losgewrikt van het schip en was ontsnapt aan de vlammenzee.

 

Na een tijdje dobberen was daar ineens Sam bijgekomen, en later kwamen Desiray en Willem ook nog aan boord. Een gezellige drukte. Willem was de jongste van het stel, en Pieter vermoedde eigenlijk dat die arme Willem al op zijn eerste grote zeereis werd getroffen door dit noodlot. Sam had zich inmiddels ontwikkeld tot een betrouwbare compagnon, hij en Pieter hadden de leiding en smeedden de plannen die tot het overleven van dit alles moesten leiden. Desiray was een geval apart, Pieter wist niet zo goed wat zij in hemelsnaam op het grote schip gedaan had, maar nu, op dit kleine vlotje, was ze een welkome afleiding. Niet dat er iets gebeurd was, maar ze konden lekker sjansen met elkaar, gewoon als afleiding. Als hij dan bijvoorbeeld wat van zich af zat te staren vroeg Desiray ineens met haar zware Rotterdams-Antilliaanse accent “wat kijk je!?” Waarop Pieter dan kon zeggen, “naar die sappige kokosnoten van je”. Dan moesten ze allen eventjes lachen. Zij deed hem denken aan Sheronda, de manager van de KFC waar hij vaak ging eten als hij thuis was. Willem was de optimist van het stel. Hij gaf iedereen moed als ze het eventjes niet meer zagen zitten. “Het komt wel goed luitjes, zo groot is die oceaan nu ook weer niet” zei hij dan bijvoorbeeld. “We komen zo vast een McDrive tegen.”

 

Geen van hen had enig idee hoelang ze al dobberden, daar op het water. Pieter had het tellen van zonsopkomst en -ondergang al na 3 of 4 dagen door de war gehaald en het toen maar opgegeven. Sam schatte het op een week of drie. Er lag gelukkig wel het een en ander aan blikvoer in het vlot, anders waren ze vast al verhongerd. Maar de voorraad slonk snel en Pieter en Sam waren druk bezig een rantsoenplan op te stellen. Ze waren het nog niet eens over de naam van het plan; Sam wilde het ‘het Pensioenplan’ noemen, omdat ze het gingen opeten, terwijl Pieter meer voor ‘Rattenplan’ was, omdat het leek op de naam van de hond van Lucky Luke en ze met hun ongeschoren ingevallen bekkies zelf ook wel op ratten begonnen te lijken en ze alles moesten vreten om te overleven. Daarna had Desiray bekend dat ze nog nooit van Lucky Luke gehoord had en Willem dat hij er pas recentelijk achter gekomen was dat Luke niet de achternaam van Lucky was.

 

Soms werd Pieter de oneindige gesprekken beu. Het was immers maar een klein vlot en eventjes een stil hoekje opzoeken was onmogelijk. Het enige dat hij dan kon doen was zijn handen op zijn oren drukken en uitkijken over de oneindige massa’s water. Hij concentreerde zich dan op zijn flatje in Rotterdam, waar hij woonde als hij niet op zee zat. Op de biertjes die hij dan dronk met zijn buurman en tevens beste vriend. Op de ideeën die ze elkaar vertelden om snel rijk te kunnen worden. En soms dacht ie aan Sheronda, die sexy Sheronda met haar te strakke broek om haar net iets te dikke achterwerk en hoe ze knipoogde als hij aan de counter iets kwam bestellen. Soms hield hij die stiltes urenlang vol, maar soms werd hij er al heel snel verdrietig en moedeloos van en zocht hij snel weer het gezelschap van zijn verzonnen gezelschap op.

Leave a Reply