Tag Archive for 5

DvD: Papegaai

Het is erg warm in de kroeg. Er hangt een penetrante zweetlucht doordat er al een tijdje niet meer gerookt mag worden binnen. Aan de bar hangen twee vrouwen uitgeput tegen elkaar. De dansvloer wordt nog bevolkt door slechts een kleine groep volhouders. Iedereen kijkt eventjes op als het volume van de muziek lager gedraaid wordt en er vanuit de DJ-booth geschreeuwd wordt dat het tijd is voor de laatste ronde. In een stil hoekje zitten twee jongens, beiden ergens halverwege de twintig, aan een tafeltje. Ze hebben elkaars handen vast en lijken de enige twee aanwezig die de zojuist gedane mededeling niet hebben gehoord, zo diep zijn ze verzeild in hun gesprek. Read more

5: Slot

KABLAM! Uit het niets! Vol afgrijzen presenteer ik u de laatste aflevering uit mijn heldenepos “De 5 van…” Ik hoor u allen fronsen. WAAROM!? Welnu, dat kan ik uitleggen, en dat zal ik dan ook zeker doen. Het is de hoogste tijd om er een schepje bovenop te doen. En dat betekent dat de verhaaltjes LANGER en BETER moeten. Vanaf morgen wil ik ieder verhaaltje dat ik online zet zelf ook kunnen waarderen. En niet, zoals nu het geval is, met haast een enigszins leuk idee om zeep helpen omdat het af moet. Meer tijd besteden aan structuren en bogen, aan het vertellen van het verhaal, het uitdiepen van personages, het creëren van werelden. Echte verhaaltjes schrijven dus. Het plan is als volgt.

Elke zondag komt er een nieuw verhaal. Van tenminste duizend woorden.

Ik ga nu al zeggen dat ik sommige verhaaltjes uit “De 5 van…” ga gebruiken en herschrijven, want bij sommigen kwam de intentie niet goed genoeg uit de verf en heb ik het sterke idee dat ik, met wat meer tijd, er veel meer uit kan halen. Dat dus! Vanaf 18 maart! Elke zondag, een kwaliteitspost op je beeldscherm.

Maar nu eerst: De laatste 5.

Read more

5: Titanic

Ian heeft een hekel aan de zee, of eigenlijk, aan alle wateren die de wereld kent. Altijd gehad ook, en dat ging niet meer veranderen. Eigenlijk wilde hij dus niet,  maar na lang aandringen van zijn vrouw had hij echter toegezegd. Ze had hem niet overtuigd maar hij wilde vooral dat zij gelukkig was en dat hun baby, die in aantocht is, vooral een goede toekomst zou kennen. Mary had het er al maanden over. Ze wilde maar wat graag naar Amerika, naar het beloofde land. Daar was alles mogelijk, daar hadden ze tenminste de kans om een degelijk bestaan op te bouwen. Schoorvoetend had Ian na een urenlange discussie toegezegd. Hij zou nooit een baan vinden waarvan hij het gezin zou kunnen onderhouden. Niet hier, niet in deze tijd. En dus stonden zij gisterochtend, met niets dan plunje-zakken in de haven, om de ellende achter zich te laten, en de lachende toekomst tegemoet te reizen. Ian had wat geld meegekregen van zijn ouders, zodat hij eenmaal aangekomen, net genoeg zou moeten hebben om zijn eigen bakkerij te beginnen. Nu ligt Ian in zijn bed, zo misselijk van de deinende golven dat hij nog nauwelijks op twee benen kan staan. Hij richt zijn blik ten hemel en bid in zichzelf, “Laat het deinen alsjeblieft ophouden, stop het.”

5: Waterval

Robbie heeft een abonnement bij de dierentuin. Niet dat hij bijzonder gesteld is op dieren of zo, sterker nog, hij mag ze niet eens. Toch is hij, vooral in de vakantieperiode vrijwel dagelijks in Burgers Zoo te vinden. In de Bush, om precies te zijn. Robbie heeft namelijk een bijzondere hobby. Elke morgen kleedt hij zich bijzonder opvallend aan en pakt dan lijn drie naar de dierentuin. Hij neemt de kortste route naar de Bush en wandelt direct door naar de houten brug bij de waterval. Daar blijft hij dan de hele dag rondhangen. Hij heeft zichzelf het doel gesteld om een zogeheten internet-celebrity te worden. De hele dag speurt hij naar trotse papa’s met de grootste camera’s die gezellig kiekjes maken van hun kroost. En dan gaat Robbie pontificaal  op de achtergrond staan, zodat ook hij digitaal vereeuwigd wordt. Als hij rond 18:00 uur het park verlaat, met een portie poffertjes in de hand, gaat hij direct naar huis en duikt achter zijn computer. Daar speurt hij de vele sociale media sites af op zoek naar foto’s van zichzelf. En die vindt hij. Gegarandeerd. Hij heeft er nu al bijna tweehonderd. Als hij er nog vijftig bij heeft gespaard, dan opent hij zijn eigen tumblr. Hij heeft het kleurenpalet al bepaald. Groen, met blauwe accenten, zodat het mooi bij de watervalfoto’s past.

 

5: Projectje

Jannes is al zo lang hij zich kan herinneren helemaal verzot op auto’s en dan speciaal op de welbekende Jaguars. Zodra hij van de wet zijn rijbewijs mocht halen, was hij te vinden bij het CBR. Hoewel hij inmiddels 21 jaar oud is, hangt zijn slaapkamer nog vol met posters van Jaguar en Austin Martin, zijn favoriete merken. Toen hij een maand geleden voor het eerst een vriendinnetje meer naar huis nam was die daar in eerste instantie best van geschrokken en ze had Jannes bijna gedumpt. Jannes is altijd een gladde prater geweest dus hij wist haar al snel over te halen om hen toch vooral niet te dumpen. Wat hij excact gezegd heeft is tot op de dag van vandaag een mysterie. In de afgelopen maand heeft hij het thuis niet of nauwelijks over zijn geliefde gehad. Hij leek haar volledig te vergeten als hij niet in haar buurt vertoefde. Zijn moeder deed het af als ‘Klaverliefde’ iets wat Jannes absoluut niet accepteerde en stampvoetend de deur uitliep. Achteraf kunnen we zeggen dat Jannes’ moeder er volledig naast zat. Het was ware liefde, op het eerste gezicht. Jannes zou zijn hele leven alles voor zijn vriendinnetje doen, hij zou haar de gelukkigste vrouw ooit maken. Maar met liefde had deze toewijding weinig te maken. Jannes is gisteren verongelukt. Hij was op slag dood. Hij reed in de auto van zijn vriendinnetjes’ vader. Een Jaguar One-77. Jannes’ droomauto.

5: Trein door de tijd

Een uitgerekte groene vlakte trekt voorbij aan Ben achter het met modder besmeurde raam. De oceaan van weilanden wordt sporadisch doorbroken middels een boerderij of een rij bomen. Vroeger wist Ben exact waar hij was, hij kende het landschap van voor naar achter, maar nu lijkt alles hetzelfde hoewel hij zich verbaast over hoe er niets verandert lijkt. Ben haalt één van de witte dopjes uit zijn oren. De muziek waar hij naar luisterde is allang gestopt maar hij had de dopjes in zijn oren gehouden zodat er niemand tegen hem zou praten. Het moet zeker een goede vijftien jaar geleden zijn dat hij voor het laatst over dit spoor reed, toen hij nog studeerde in Delft en in het weekend zijn kleren moest wassen. Het moet de keer geweest zijn dat hij samen met zijn vader in het dorp verderop zijn eerste auto ging kopen. Een Honda Civic CVCC uit 1975. Hij noemde hem Quaife, naar Pete van zijn favoriete band. Sindsdien had hij nooit meer in een trein gezeten. Hij krijgt een piepklein glimlachje op zijn gezicht, als hij terugdenkt aan alle dingen die stuk gingen aan Quaife. Het was Ben’s eerste echte liefde geweest. Hij had, op tweeëntwintig jarige leeftijd, voor het eerst seks gehad op de achterbank. Met Femke. Femke was niet moeders mooiste, maar wel beschikbaar en bereid. Hij had gehoopt dat hij, als hij eenmaal van zijn maagdelijkheid verlost was, hij vrouwen bij de vleet kon krijgen.  Hij droomde als klein jochie, onderweg naar school of naar huis, van een leven als ware vrouwenverslinder. Dat was nooit gebeurd. Zijn teller was op twee blijven steken. Zoals zijn meeste dromen nooit waren uitgekomen. Hij heeft er geen spijt van. Hij is nooit voor zichzelf begonnen maar is nu blij dat hij zijn werk los mag laten als hij zijn kantoor uit loopt. Hij heeft nooit een Porsche gekocht, maar is blij dat hij de wegenbelasting en verzekering ervoor niet hoeft te betalen. Hij is nooit naar Australië gegaan. Hij haat vliegen. Dan voelt hij iets op zijn hand en kijkt op. Op zijn grote hand ligt een kleine. Het kleine handje van Tim, zijn zoon van vier jaar oud. Tim kijkt zijn vader vragend aan. “Ben je verdrietig papa?” Ben glimlacht. “Nee jongen, ik was in gedachten, ga maar verder tekenen.” De kleine Tim pakt zijn wasco weer stevig vast en kleurt verder. Ben kijkt naar hem en zijn ogen glijden naar Anna, zijn dochter van zes en naar Patricia, zijn vrouw. Hij zucht, van al zijn jeugdige dromen is er dan wel geen één uitgekomen, toch is hij de gelukkigste man op aarde.

5: Verloren respect

Verstopt in een rietkraag zit de amper tien jaar oude Johan zachtjes te huilen. Hij probeert zo stil mogelijk te zijn, zodat niemand hem vinden kan. De tranen biggelen in rap tempo over zijn wangen. Hij wil, nee kán niet naar huis. Want zijn vader woont daar ook en zijn vader, die wil hij nooit meer zien. De man waar hij zijn hele leven tegenop had gekeken. Johan voelt zich verraden, in de steek gelaten en heeft geen idee wat hij nu moet doen. Waarom woont zijn moeder nu ook zo ver weg? Of als hij naar ome Marco zou gaan, die hier vlakbij woont.. Nee, die zou die vast zijn vader bellen. En dat geldt waarschijnlijk ook voor de ouders van al zijn vriendjes. Nee, Johan moest weg uit dit dorp, weg uit de streek, de provincie en misschien zelfs wel weg uit Nederland. Zijn hele leven is een leugen, wat een ongelooflijke nietsnut is zijn vader gebleken. Johan walgt er van. En dat terwijl het zo’n mooie dag had moeten worden…

Johan was de hele dag zenuwachtig geweest. Hij was de hele dag alleen maar bezig met die ene droom die ‘s avonds zou gaan uitkomen. Hij had zelfs strafwerk gekregen op school omdat hij zo ontzettend afwezig was geweest. Het boeide hem niet. Hij had dat er voor over, hoe vaak hij ook moest schrijven dat het hem speet en hij voortaan zou opletten. Toen hij eindelijk weg mocht van meester Dennis was hij naar huis gerend, had zijn trainingspak aangetrokken en was op de bank gaan zitten en wachten tot die blauwe Mazda6 de oprit in zou rijden.

Het moet zeker een dikke twee uur geduurd hebben voordat Johan van de bank opsprong en naar de voordeur holde om zijn vader te begroeten die zojuist zijn blauwe auto had geparkeerd. Zijn vader moest lachen, toen hij Johan al helemaal omgekleed en wel klaar zag staan voor vertrek. Eerst moesten ze nog wat eten, had hij gezegd. Als Johan in het weekend bij mama is, krijgt hij altijd gezond eten. Doordeweeks, bij papa, slaat de klok doorgaans macaroni of spaghetti. Heerlijk, vindt Johan dat, vooral met slasaus erbij! Ze aten zo snel ze konden en daarna ging papa zich zo snel als hij kon ook omkleden. Johan wachtte beneden aan de trap zodat ze direct weg konden als zijn vader er klaar voor was.

Er was nog helemaal niemand, toen ze een half uurtje later het trainingsveld op liepen. De felle lampen waren al wel aan en dus trapten Johan en zijn vader vast wat over om de spieren warm te krijgen. Het verse gras onder zijn schoenen was het beste gevoel dat Johan zich kon wensen. En dan die mooie lederen knikker aan de voet. Johan is voorbestemd om een groots voetballer te gaan worden. En dan heeft hij ook nog eens een vader die misschien wel de beste trainer ter wereld is! En vandaag ging Johan’s grootste wens dan eindelijk in vervulling. Eindelijk mocht hij een keertje meetrainen met het team waar zijn vader de coach van is. Zijn kleine hartje ging als een malloot tekeer onder zijn kleine fragiele ribjes.

Nog nooit gingen twintig minuten zo snel voorbij. Jahan begon net op stoom te komen toen zijn vader plots de bal oppakte en achter Johan wees. Zijn team kwam er aan, het was tijd om met de echte training te beginnen. Johan keek naar de heldere sterrenhemel, haalde diep adem. Het moment was aangebroken. Zijn moment. Vanaf nu zou alles anders worden. Hij draait zich om, om zijn vader’s team te aanschouwen maar hij ziet niemand. Hij vroeg zijn vader nog waar zijn jongens dan waren, maar die moest daarop alleen maar lachen. Daar, ze komen recht op je af! had hij gezegd. Op dat moment stortte Johan’s wereld als een Jenga-toren in elkaar. Dit kon niet waar zijn. Dit moest een grap zijn. Ongeveer twintig meisjes kwamen op hem aflopen. In trainingsbroek, enthousiast zwaaiende naar hun coach, die beleefd terug zwaait. Johan kijkt zijn vader met enorme verbaasde ogen aan. “Dat zijn meisjes papa” stamelde hij. “Dat klopt jongen, ik coach de dames hier.”

Eventjes had Johan het idee dat hij flauw zou vallen. Maar hij herpakte zich. Hij keek nog eenmaal naar die tienermeisjes die zijn vader hun hand schudden en hun coach begroeten. Dan raakt hij in paniek. Extreme paniek. na een kleine aarzeling zet hij het op een lopen. Richting de vijver, bij de eendjes. Hij moet vluchten en zijn vader nooit, maar dan ook nooit, wat een loser. Zijn vader coacht de meisjes. Wat een afgang, wat een deceptie…

5: Zwart

Tim kijkt zichzelf diep in de ogen. Hij staat nu al zeker een uur of twee in de badkamer voor de spiegel. Hij hoort niets anders dan de luchtbellen door de CV borrelen en zijn eigen diepe en trage ademhaling. Hij ziet langzaam zijn gezicht bleker worden en begint te rillen van de kou. Het duurde nu al bijna een minuut en tot nu heeft hij er niets van gevoeld. Hij beseft dat het zo allemaal voorbij is en dat de film die aan zijn ogen voorbij moet flitsen ieder moment kan beginnen. Hij is tevreden. Hij glimlacht. Voor het eerst sinds twee uur wendt hij zijn ogen af, naar beneden. Naar de wastafel. Hij schrikt. Niet van de hoeveelheid bloed die de afvoer in stroomt, of van hoe snel het uit zijn polsen stroomt, maar van de genoegdoening die hij krijgt van dit aanblik. Hij kijkt weer in de spiegel, in zijn eigen ogen. Voor het eerst sinds de scheiding van zijn ouders voelt hij zich gelukkig. Hij voelt zijn knieën zwakker worden. Het is nu echt bijna over. Dan heeft hij eindelijk rust.

5: De bramenstruik van oma

Oma zit aan haar eettafel de aardappelen te schillen die voor die avond op het menu staan als plots de buitendeur open slaat en Jorrit, haar kleizoon, naar binnen komt rennen. “Oma! Oma!” gilt het mannetje woedend. “Ze maken de struiken stuk!” Oma kijkt haar kleinzoon ietwat verbaast aan en staat op. “Wat zeg je jongen?” “Ze maken de struiken stuk! Kom snel!” En met een rotgang holt de kleine Jorrit weer naar buiten. Oma sloft erachteraan en naarmate ze dichter bij de deur komt hoort ze een mechanisch gerommel. Ze loopt de deur door, de achtertuin in en ziet tot haar grote schrik een bulldozer. Net aan de andere kant van het tuinhek. Ze ziet haar kleinzoon met gebalde vuistjes richting de bulldozer rennen terwijl hij allemaal woorden roept die hij nog lang niet zou moeten kennen. Ze is te verbaast hem terug te fluiten. De bulldozer is druk doende het struikgewas aan het bospad dat achter het huis langs loopt te slopen. En dus ook de bramenstruiken die net achter haar tuinhekje staan. Ieder jaar maakt ze daar, zo aan het eind van de zomer, jam van. Een fenomeen binnen de familie en vooral ook de kleinkinderen zijn er dol op. Ze ziet met lede ogen aan hoe het grote gele voertuig de groenstrook volledig met d egrond gelijk maakt. Haar kleinzoon, amper vijf jaar oud, staat te vloeken naar de bestuurder. Hoewel ze zijn gedrag nooit goed zal kunnen keuren, is ze apetrots op hem. Die industrialisatie, die mag zo langzamerhand wel eens ophouden van haar. Ze herinnert zich een brief van de gemeente, een goede maand geleden. Daarin stond te lezen dat het bospad zou worden geasfalteerd. Ze heeft nooit stilgestaan bij de gevolgen en ziet haar geliefde struiken het onderspit delven.

5: Woensdagmiddag: Director’s cut

Een bijzonder project vandaag. Een uitgebreidere versie van een verhaaltje dat ik hier op 5 (see what i did there?) januari schreef. Maar nu in al zijn glorie! Zoals ik het verhaaltje altijd bedoeld heb maar door mijn uitgever moest inkorten.

Het is een prachtige maar doorsnee woensdagmiddag. Een uur of 15:15 in de middag. De zonnestralen spatten uiteen op de ramen en belanden als een volledig kleurenspectrum op de roomblanke vloerbedekking. Ralf, een eerstejaars economiestudent, zit onderuitgezakt op het houten randje van zijn lichtgrijze twijfelaar. Zijn beste vriend Willem, die het conservatorium doet, zit op de grond met zijn rug tegen datzelfde bed. Willem heeft een ouderwetse Nintendo64 controller in zijn handen. Een gele. Er zitten slijtagevlekken op de pookjes en de vier c-knoppen rammelen een beetje als de controller te hard geschud wordt. Ralf kijkt mee en geeft zo nu en dan commentaar op Willem’s acties op het scherm. “Kerel, ik zeg je toch, je moet een appel naar ‘m gooien. Dan gaat ie ‘m opeten en krijg je een bonus van Oak”. Willem negeert het advies en gooit een stinkbom naar de Pikachu op het strand. Deze zet het logischerwijs al krijsend op een lopen. “Wat doe je nou? Waarom jaag je ‘m weg!?” roept Ralf verbijsterd. Hij slaat van pure schrik zijn flesje Gatorade om, die naast hem op het bed staat.Het gele mierzoete goedje glijdt over de matras alsof het een ware vloedgolf is en stort langs de poten van het bed naar beneden. Ralf roept nog “Shit!” maar het is te laat. Het energiedrankje klotst vol op een stekkerblok dat daar op de grond ligt. Direct knalt er een enorme vuurbal vanachter het bed de lucht in, en spat uiteen op een vergeelde poster van de Spice Girls die daar aan de muur hangt. De poster begint direct te smeulen. “Fuck! Fuck! Fuck!” roept Ralf in paniek, “mijn hele huis fikt af!” Hij gritst zijn mobieltje van het hoofdkussen naast hem en belt de brandweer. Willen rent inmiddels de kamer uit terwijl hij gilt “Ik hal water! Ik haal water!” Ralf slaat zijn hoofdkussen tegen de poster in de hoop de vlammen te doven, maar bereikt juist het tegenovergestelde, want ook het hoofdkussen begint nu te branden. Willem komt terug de kamer in rennen, zonder water. “Ik ben vergeten te saven!” en hij pakt de controller weer in zijn handen en slaat het spel op. Hij trekt de stekker uit de spelcomputer en haalt de cartridge eruit die hij in zijn broekzak steekt. Ralf staat inmiddels op zijn hoofdkussen te springen in de hoop de schade nog te beperken maar wederom maakt hij het alleen maar erger, ook de roomwitte vloerbedekking vat nu vlam. Ralf is radeloos en rent de kamer uit. Daar botst hij tegen Willem die net terug komt met een emmer water. “Goed bezig Willem!” roept Ralf en hij neemt de emmer over en rent terug de kamer in. Hij gooit het water over de nu al redelijk grote brand maar echt effectief is het al niet meer. In de verte hoort hij al de sirenes van de brandweerwagens. “Oh goddank!” Willem komt weer de kamer in. “Ben je al klaar? Ik wil die emmer weer vullen!” Eventjes kijkt Ralf hem verbaast aan en geeft dan de lege emmer terug. “In het kastje onder de wasbak staat er nog een emmer!” roept hij Willem achterna. “Yo!” is het korte antwoord. De vlammen rijken nu bijna tot het plafond en zeker de helft van Ralf’s kamer staat al in lichte laaien. Ralf hoort boven het geknetter de piepende remmen en krijsende sirenes van de brandweerauto’s die voor zijn huis stoppen. Hij weet dat zijn taak gedaan is en samen met Willem verlaten ze het pand. Vanaf de straat kijken ze toe hoe de brandweermannen vakkundig blussen. Een uurtje later is de klus geklaard. “Zo, wij gaan weer hoor” zegt de hoofdbrandweerman, “succes er mee verder!” De brandweermannen stappen weer terug in hun rode wagens en de twee jongens gaan het huis weer binnen. De schade is beperkt gebleven. Alleen Ralf’s slaapkamer is er erg aan toe. Alles is stuk en zwart. “Dat wordt hem niet meer…”  zegt Ralf beteuterd. Eventjes kijken ze mekaar in stilte aan. “Ik weet het!” Zegt Ralf plots enthousiast. “We gaan naar mijn zus’ kamer!” Willem haalt de cartridge uit zijn broekzak en steekt deze in de Nintendo64 van Ralf’s zus. De twee jongens zijn dolblij en Willem laadt snel het spelletje waar ze enkele uren geleden mee begonnen waren. Hij kiest wederom het eerste parcours en na de Pidgey’s te hebben ontweken gooit hij snel weer een stinkbom naar Pikachu. “Klootviool! Nu doe je het weer!” gilt Ralf van schrik. Willem drukt op start en zet daarmee het spel op pauze. “Vriendelijke vriend”, zegt hij, “Ik weet wat ik doe ja. Als je de hele tijd als een Chansey in mijn oor gaat lopen krijsen kan ik me niet concentreren, ja?”. Ralf kijkt zijn vriend met grote ogen aan en antwoord; “Hallo. Ik wil gewoon dat spel uitspelen binnen een uur. En jij loopt alleen maar te kutten”. Willem zucht diep, focust zich weer op het scherm en speelt weer verder. “Denk aan Doduo!” Krijst Ralf bijna hysterisch. Wederom zet Willem het spel op pauze. “Als je nog één keer krijst, stomp ik je vol op je oog” “Vergeet dan niet de helft, sukkel” “Je bent zelf een sukkel, we hadden net al vet veel punten met die stinkDoduo, nu is het Pikachu’s beurt!” De twee kibbelen verder terwijl Professor Oak ongeduldig wacht op de de volgende rapportage.