Tag Archive for De Graafschap

5: Jammer joh

Een blakend zonnetje staat aan de strakblauwe hemel. Het is een prachtige zomerse dag in het laatste weekend van augustus. De tribunes zitten vol met enthousiaste en vooral vrolijke mensen. Na een lange voetballoze zomer heeft het publiek er weer flink zin. Vanaf de tribunes klinkt een opgewekt gezang als de spelers één voor één het veld op komen om met de warming-up te beginnen. Vlaggen en shawls gaan de lucht in en een blauw-witte zebra doet wat opzwepende dansjes voor een tribune die gevuld is met kinderen. Op het terras van de ereloge is echter één bedroefd gezicht te vinden. Het is het gezicht van Henk Reuser. Een echte Amsterdamse jongen van amper zeventien jaar oud uit De Pijp. Hij zit in het typerende blauwe clubkostuum en met een lege blik kijkt hij richting het veld. Een oudere man, ook gehuld in een clubkostuum, legt zijn hand op de schouder van Henkie. Die kijkt even om en glimlacht uit beleefdheid naar de man die hem, bij wijze van troost, een knipoog geeft. Henk draait zijn hoofd weer richting het veld en zucht diep. Hij had daar moeten staan. Op het veld. Tussen de jongens. In een trainingspak, de spieren warm maken voor de eerste aftrap van een geweldig seizoen. Want dat gaat het worden. Nooit eerder was er in Doetinchem zo’n goede selectie geweest, nooit eerder waren de verwachtingen zo hooggespannen als dit jaar. En Henk had daar bij moeten zijn. De gehele voorbereiding speelde hij, ook al was hij nog zo jong, als een ware regisseur op het middenveld. Hij strooide met passes, stoorde aanvallen van de tegenstander als een kolonie wespen die de bar op Lowlands ontdekt hadden. Hij stuurde aan, lanceerde de snelle flankspelers. Hij was de ster van dit elftal. Grote clubs hadden reeds interesse getoond en hij was zelfs al eventjes te zien geweest bij Studio Sport, toen er een scout van het Engelse Tottenham Hotspur speciaal voor hem naar Doetinchem was gekomen.  Hij had de verslaggever verteld dat hij zich eerst wilde bewijzen op de Nederlandse velden, groeien als speler en als mens. Pas over enkele jaren zou hij overwegen naar een topcompetitie over te stappen. Hij zou zijn belofte waarmaken bij De Graafschap. Maar zo snel als zijn ster rees, stortte alles weer in elkaar. De oefenwedstrijd tegen de lokale FC uit ‘de stad die niet genoemd mag worden’, zoals Henkie tegenwoordig sprak over de hoofdstad van Overijssel, omdat hij die naam nooit meer in zijn mond wilde nemen, was amper aan de gang en toch had hij al gescoord. Een prachtige lob, over de keeper, van zo’n 25 meter afstand. Drie minuten later sloegen de stoppen door bij de spits van de tegenstander. Met twee gestrekte benen kwam die in op de enkels van Henkie. Een enorme pijnscheut. Een gil die door merg en been ging. Henkie ging naar de grond. Hij wist direct wat er aan de hand was. Zijn enkelbanden. Henkie’s medespelers waren er direct bij en zochten volop de confrontatie met de boosdoener. Henkie zag het in zijn ooghoeken gebeuren. Maar zijn gedachten waren bij zijn enkels. De verzorgers waren er zo bij en maakten direct het ‘wisselen!’ gebaar. Henkie wist hoe laat het was.
De volgende dag kreeg hij het nieuws in het ziekenhuis. Volledig afgescheurd. Hij zou nooit meer op topniveau kunnen voetballen. In één klap vielen al zijn dromen in duigen.  Henkie Reuser zou nooit de Vijverberg in extase brengen met weer zo’n prachtige pass. Henkie Reuser zou nooit een afstandsschot in de kruising jagen. Henkie Reuser zou nooit zijn naam horen uit de 12.600 kelen die op de tribunes zaten. Henkie Reuser zou nooit het heilige blauw-wit dragen. Het was klaar, voorbij, over en uit.
En nu zit hij hier, op zo’n luxe zachte stoel. Met twee totaal onbekende mensen aan zijn zijde. De oude man haalt zijn hand weer van de schouder van Henkie, die daarop zijn gezicht nogmaals naar de man draait. “Ik had daar moeten staan” zegt hij. De oude man knikt. “Jammer joh.”